Staat van Betrokkenheid 2026: vijf lessen voor participatieprofessionals

11 juni 2026

Wat bepaalt eigenlijk of inwoners meedenken of meedoen? En welke thema's leven momenteel het meest? De nieuwe Staat van Betrokkenheid 2026 van onderzoeksbureau Citisens geeft interessante antwoorden. Het onderzoek onder ruim 22.000 Nederlanders bevat waardevolle inzichten voor iedereen die werkt aan participatie, communicatie en omgevingsmanagement.

1. De meeste mensen zijn wél betrokken

In het publieke debat lijkt het soms alsof inwoners afhaken. Toch voelt twee derde van de Nederlanders zich betrokken bij de samenleving. Dat percentage is iets lager dan in 2023, maar nog steeds aanzienlijk. De uitdaging voor participatieprofessionals is dus niet om betrokkenheid te creëren, maar om die betrokkenheid op het juiste moment en rond het juiste onderwerp aan te spreken.

Les: ga niet uit van desinteresse. Veel inwoners willen wel degelijk meedenken, mits het onderwerp relevant is voor hun leefwereld.

2. Hoe dichter bij huis, hoe groter de betrokkenheid

Misschien wel de belangrijkste conclusie uit het onderzoek: betrokkenheid neemt toe naarmate een onderwerp dichter bij de dagelijkse leefomgeving komt. Maar liefst 69% van de Nederlanders wil betrokken zijn bij ontwikkelingen in de eigen straat, buurt of wijk. Voor internationale vraagstukken geldt dat slechts voor een kwart van de inwoners. Voor gebiedsontwikkelingen, woningbouwprojecten en herinrichtingen van de openbare ruimte is dat goed nieuws. Juist deze onderwerpen raken direct aan de leefomgeving en hebben daardoor van nature participatiepotentie.

Les: maak plannen concreet en dichtbij. Mensen reageren sterker op een nieuwe speelplek om de hoek dan op abstract beleid.

3. Wonen en bouwen staat met stip op één

Het thema waar Nederlanders het liefst over meedenken is wonen en bouwen. De belangstelling hiervoor is zelfs verder gestegen ten opzichte van 2023. Dat zal voor veel professionals herkenbaar zijn. Woningbouwprojecten leiden vaak tot grote belangstelling vanuit zowel woningzoekenden als omwonenden. Opvallend is ook de sterke stijging van interesse in het thema asiel en vluchtelingen. Tegelijkertijd neemt de belangstelling voor milieu en duurzaamheid iets af.

Les: onderschat de behoefte aan gesprek over woningbouw niet. In veel gemeenten is dit momenteel hét participatiethema.

4. Vertrouwen blijft de grote uitdaging

Waar het onderzoek misschien nog wel het meest interessant wordt, is bij vertrouwen. Slechts 19% van de Nederlanders heeft vertrouwen in de landelijke regering. Voor de Tweede Kamer is dat 32%. Gemeenten scoren aanzienlijk beter met 60% vertrouwen. Tegelijkertijd denkt ruim de helft van de Nederlanders dat de regering weinig om mensen zoals zij geeft. Ook ervaart een grote groep weinig invloed op politieke besluitvorming. Voor participatie betekent dit iets belangrijks: inwoners stappen niet altijd met hetzelfde vertrouwen een participatietraject binnen.

Les: participatie gaat niet alleen over meedenken, maar ook over vertrouwen opbouwen. Transparantie over wat wel en niet mogelijk is, wordt steeds belangrijker.

5. Eén participatiemiddel bestaat niet

De resultaten laten opnieuw zien dat inwoners verschillen. E-mail blijft een belangrijk kanaal. Online enquêtes worden breed gewaardeerd. Tegelijkertijd blijft twee derde van de Nederlanders graag informatie ontvangen via papieren communicatiemiddelen. Ook het mediagebruik verschilt sterk per leeftijdsgroep. Jongeren gebruiken vaker sociale media en YouTube, terwijl ouderen nog steeds veel gebruikmaken van lokale kranten en huis-aan-huisbladen.

Les: stop met zoeken naar het perfecte kanaal. Gebruik een mix van middelen en stem die af op de doelgroep.

Van doelgroepen naar betrokkenheidsprofielen

Een interessant onderdeel van het onderzoek is de indeling in acht betrokkenheidsprofielen. Van "Idealistische Globalisten" tot "Stille Overlevers". Het onderzoek laat zien dat inwoners niet alleen verschillen in leeftijd, opleiding of woonplaats, maar vooral in hun betrokkenheid, vertrouwen en motivatie om mee te doen. Dat biedt kansen voor participatieprofessionals die verder willen kijken dan traditionele doelgroepen.

Wat betekent dit voor de praktijk?

De belangrijkste boodschap uit de Staat van Betrokkenheid 2026 is misschien wel dat participatie geen standaardaanpak verdraagt. Mensen willen meedenken over verschillende onderwerpen, via verschillende kanalen en vanuit verschillende motivaties. Wie inwoners echt wil bereiken, zal daarom steeds vaker moeten differentiëren. Of anders gezegd: succesvolle participatie begint niet bij het middel, maar bij het begrijpen van de mensen die je wilt betrekken.

Download hier de volledige Staat van Betrokkenheid gratis

Op de hoogte blijven van nieuwe inspiratie-artikelen? Meld je aan voor de Partispiratie Updates